Pit-Fighter (Game Boy)

Het is een zomerse middag in 1994. Ik zit met mijn beste vriend Randy een potje Mario Kart te spelen op de Super Nintendo. Ineens krijg ik trek. “Zin om naar de Snackbar te gaan“? Randy heeft niet zo’n zin. “Kom op joh, als je meegaat krijg je Pit-Fighter“. Randy heeft eigenlijk toch wel trek. Een week later zitten we weer te gamen. Wie gaat er naar de koelkast om een fles cola te halen? Als ik ga krijg ik… Pit-Fighter. En zo gaat het spelletje continue van hand tot hand. Waarom heeft deze game zo weinig waarde voor ons dat we ‘m bij het minste of geringste weggeven?

“Pit-Fighter kwam nog net uit voordat de Mortal Kombat gekte loskwam, en viel in de arcadehallen op door de realistische graphics voor die tijd.”

Na jaren van trainen is het zover, je gaat je geluk beproeven in een illegaal vechtcircuit waarin alleen de sterkste bikkels overleven. Je kiest één van je favoriete vechters uit en begeeft je naar de ondergrondse parkeergarage waar je een stevig robbertje moet matten. De vechters zijn Buzz (Sterk maar langzaam), Kato (Snel maar niet sterk) en Ty (een soort gemiddelde vechter). Langs de kant van de arena staat allemaal gajes om de krachtpatsers aan te moedigen. Overleef je deze gruwelijke gevechten, dan wacht je een kans tegen de koning van deze vechtsport: The Masked Warrior.

Pit-Fighter kwam nog net uit voordat de Mortal Kombat gekte loskwam, en viel in de arcadehallen op door de realistische graphics voor die tijd. Daar is zoals je ziet op de Gameboy weinig van over gebleven. Een arcadegame omzetten naar de Gameboy betekent dat je zult moeten schrappen. In de arcadeversie bemoeide het publiek zich nog wel eens met de gevechten. Dat is hier grotendeels geschrapt. Ook ziet alles er wat kaal en saai uit. De muziek gaat je na een paar potjes behoorlijk de keel uithangen. Speel je dit spel hooguit vijf minuten, dan valt het nog wel mee. Maar probeer je dit spel daadwerkelijk uit te spelen, dan gaat de tergende muziek je tegenstaan.

Conclusie
Jarenlang keken we zo hard op deze game neer dat het een runnig gag werd. Twee jaar geleden speelde ik het spel voor het eerst in jaren weer eens, en ik moet zeggen, het was niet zo belachelijk slecht als ik me kan herinneren. Dat maakt het echter niet ineens een goede game. Pit-Fighter speelt houterig, de hit-detectie is uiterst matig, en de gameplay is repetitief. Het is soms wel leuk om even in je Gameboy te stoppen en een potje of drie wezenloos op de knoppen te rammen in een poging de andere vechters te verslaan. Maar als “niet belachelijk slecht” het beste is wat je over een game te zeggen hebt, dan is dat zeker geen aanbeveling.

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.